Gezonde concurrentie

Door Grete Remen op 15 september 2016, over deze onderwerpen: arbeidsmarkt, match arbeidsmarkt-onderwijs

Laat ons starten met het goede nieuws. Volgens de cijfers van de Nationale Bank en het Planbureau zullen er dit jaar 45.000 nieuwe jobs bijkomen, hoofdzakelijk in de privésector. De vacatureteller bij de VDAB staat op 211000, het hoogste aantal in de voorbije 15 jaar. Liefst 4,6 miljoen Belgen zijn aan het werk (in een betaalde job). Nooit waren zoveel mensen in dit land aan de slag.

En er is nog goed jobnieuws op komst : het federaal planbureau rekent op 77000 extra banen in 2016 en 2017. 

 

Minder rooskleurig nieuws waren de ontslagen bij Caterpillar, AXA en P&V. Ook bij ABN Amro bank zullen in ons land honderden banen verdwijnen. En vandaag verkondigt Douwe Egberts in Grimbergen zijn fabriek te sluiten wegens veranderend koopgedrag.

Maar eerlijk, ze wegen niet op tegen het goede jobnieuws. Ik hoop van harte dat deze getroffen werknemers snel terug aan de slag kunnen.

 

Terug aan de slag maar wel in jobs van de toekomst. Want de toenemende automatisering leidt tot een revolutie op de arbeidsmarkt.

Dit is geen doemdenken want veranderingen stimuleren vooruitgang en zullen als dusdanig niet voor werkloosheid zorgen.

Door nieuwe technologieën ontstaan er nieuwe jobs. Dit vraagt een aangepaste mindset en transformatie van zowel bedrijven, kandidaten als het onderwijs. 

 

Een hele uitdaging.

 

De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid vraagt een dringende aanpassing van het onderwijs en haar opleidingen aan de toekomstige arbeidsmarkt en in te zetten op opleidingen die leiden naar beroepen waarvan we zeker zijn dat ze zullen worden uitgeoefend in de toekomst. Ook zal er tegen 2020 volgens de Europese Commissie een tekort zijn van 800 000 mensen met digitale skills.

 

De klassieke theorie van vraag en aanbod kan dit helder uitleggen, mevrouw Crevits.

 

Het onderwijs, de aanbieder, moet veel sneller en veel efficiënter inspelen op de veranderende en vragende arbeidsmarkt. Een universiteit bijvoorbeeld, is een logge structuur, alles loopt daar zó traag. Daarenboven zijn veel instituten niet meer aangepast aan de noden van een modern bedrijf.

 

Het aanbod is aldus niet afgestemd op de vraag.

 

In het bedrijfsleven is een constant  onderaanbod nefast, want er is altijd wel een ander bedrijf over de landsgrenzen heen dat om de hoek loert en veel sneller ageert dan zijn Vlaamse collega-concurrent. Wij noemen dit een gezonde concurrentiële markt die alert en snel reageert op de veranderende markt. Zo ontstaat er innovatie, investering, groei en vooruitgang. Dit houdt iedereen scherp.

 

Ook het onderwijs is een economie maar dan zonder concurrentie. Geen concurrent die omzet afneemt, winstmarges doet slinken, innovatie en investering doet afremmen. Geen incentives of lastige prikkelingen om hier snel, met visie en missie het roer om te gooien.

Vlaanderen investeert terecht in het onderwijs. Maar we moeten ons ook durven afvragen of het rendement, de return on investment op de lange termijn ook navenant is.

Want studeren moet onze maatschappij nu eenmaal meer opbrengen dan het kost en daar moeten we waakzaam blijven, vooraleer het te laat is. Leerlingen hebben eveneens het gevoel dat het huidig onderwijs weinig rendeert. Hoewel onze kinderen veel bezig zijn met school hebben ze niet het gevoel dat ze iets bijleren. Dit is geen goed gevoel, dit brengt geen enkele competentie bij en werkt bovendien schoolmoeheid in de hand.

Net zoals Sport en Onderwijs onlangs de handen in elkaar hebben geslagen, horen Werk en Onderwijs dit vaker te doen want gelukkig bezitten veel jongeren meer dan enkel sportieve talenten.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is