Waar men gaat langs Vlaamse wegen

Door Grete Remen op 4 april 2017, over deze onderwerpen: Handelsvestigingsbeleid, Ondernemen

Afgelopen week woonde ik een ‘retailconferentie’ bij, genaamd ‘Survival or Revival’, in de Limburghal in Genk. Een handvol internationale topsprekers gaf inspirerende lezingen over de uitdagingen van de horeca en de handelaars.

De boodschap was duidelijk. Sfeer, merkbeleving en unieke concepten moeten een samenspel vormen om zo meer klantenbinding en aantrekkingskracht van de winkels en horeca te stimuleren.

Dit is niet alleen een zaak van de individuele handelaar maar ook van de handelsverenigingen en van de lokale steden en gemeenten

 

Inmiddels staan helaas 20 000 winkelpanden leeg in België. Het gaat om 1 op 10 winkels, goed voor 209 000 m2 lege handelsruimte die ook alsmaar langer leeg blijven staan. Daarentegen werd in 2016  nog 100 000 m2 winkelruimte bijgebouwd, vooral dan door projectontwikkelaars die buiten onze historische kernen extra baanwinkels en mega shoppingcentra neerpootten en het nog van plan zijn…

Zijn we niet aan het dweilen met de kraan open? Er worden veel inspanningen gedaan om de leegstand in de handelskernen te bestrijden terwijl in de rand grootwinkels als paddestoelen uit de grond rijzen.

Met de razendsnelle opkomst van e-commerce is ondernemen in de kleinhandel vandaag allesbehalve vanzelfsprekend.

Akkoord, onze wereld is in verandering.

Elke dag geven de middenstanders het beste van zichzelf om hun zaak staande te houden in deze ongelijke strijd tegen buitenlandse ketenwinkels en internetreuzen.

Winkels en horeca zijn het uithangbord van een bruisende gemeente, ze hebben impact op het totale maatschappelijke gebeuren. Als zij geen reden van bestaan meer hebben, dreigen ook onze steden en gemeenten te evolueren naar een of andere spookstad of -gemeente, waar leegstand de scepter zwaait!

‘Winkelen was in het verleden boodschappen doen. Vandaag is het eerder sfeer, beleving en het overtreffen van verwachtingen’. Dit was de boodschap van de lezing van de directeur van  Centrummanagement Maastricht, de heer Paul Ten Haaf. De leegstand is er gemonitord van 10% naar 5% op amper 3 jaar tijd.

Dit Maastrichts model trok dan ook direct mijn aandacht. Cofinanciering tussen de handelaars, handelaarsverenigingen en de stad, zorgen voor een complete stadsontwikkeling met een gezond evenwicht tussen de kern en de rand.

Bezoekers aan Maastricht zullen niet alleen verrast worden door een rijk en gevarieerd winkelaanbod maar ook door cultuur, toeristische initiatieven en creatieve maakateliers.

Hoe belangrijk handel en horeca ook zijn voor onze economie en voor de leefbaarheid van onze steden en gemeenten, op hun eentje kunnen zij onmogelijk onze kernen in leven houden. Dit is overduidelijk. De Hollanders hebben dit al goed begrepen.

Niet door de laagste prijzen en extra kortingen, niet door uitzinnig snelle leveringen die ook nog gratis moeten zijn, maar door een degelijke samenwerking tussen de lokale besturen van onze  steden en gemeenten en de handelaars zelf zal een revival van onze Vlaamse kernen een feit worden.

De kleinhandel in Vlaanderen omvat 140 000 werknemers, 90 000 zelfstandigen, 48 000 ondernemingen en genereert 55 miljard euro omzet. Zowel het menselijk als het economisch kapitaal zijn cruciaal voor onze regio.

Daarom geen hands up maar hand in hand, de lokale en regionale overheid én de ondernemers.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is