Onze Vlaamse ondernemers hebben recht op eigen thuismarkt

Door Grete Remen op 10 mei 2017, over deze onderwerpen: Economie, KMO-beleid

Grete Remen, Vlaams Parlementslid (N-VA) en CEO van Damhert slaat alarm: 'Waar is de relevantie van onze eigen Vlaamse economie naartoe?'

Als CEO van Damhert Nutrition is Grete Remen een nieuwkomer in de politiek. Op vraag van Jan Peumans kwam ze bij de verkiezingen van 2014 op voor N-VA. De Vlaams-nationale partij zette Remen in 2013 nog in de bloemetjes toen ze aan haar de VlaM-trofee uitreikte als ‘Vlaamse Madam’ van het jaar vanwege haar verdienste als vrouwelijke ondernemer. In 2008 won ze al de UNIZO KMO-laureaat, een tweejaarlijkse prestigieuze prijs voor de beste Vlaamse kmo. In 2007 ontving Remen ook de Livia-award van UNIZO, een onderscheiding die ondernemende vrouwen met een voorbeeldfunctie huldigt.

Haar familiebedrijf Damhert, een succesvolle kmo uit Heusden-Zolder, is een internationaal gewaardeerde fabrikant van natuurproducten en functionele voeding. Het familiebedrijf onderneemt met respect voor mens, dier en milieu. Ze werkt met een horizontale structuur (het personeel spreekt haar aan met Grete) en stelt opvallend veel vrouwen en enkele mensen met een mentale beperking te werk.

Voor ze in de politiek zat, verdedigde Remen al de belangen van de lokale economie, de kmo’s en de kleinhandel bij werkgeversorganisaties Voka en UNIZO. Nu haar man de operationele leiding van Damhert beheert, kan ze zich ook in het parlement doen gelden. Over Uplace zei ze eind 2015: ‘Het project is maatschappelijk niet meer relevant en staat haaks op een beleid dat handelskernen moet versterken.’ Als N-VA’er protesteerde ze daarmee als enige publiekelijk tegen het shoppingcenterdossier. ‘Ik heb wél begrip voor het partijstandpunt, namelijk dat de juridische procedures wat betreft de goedkeuring van het Uplace-dossier moeten gevolgd worden, maar ik pleit niets tegen de partijlijn’, meent Remen. Ze is ook voor een basisinkomen (geen partijstandpunt) en lanceerde onlangs het idee voor een belasting op online aankopen, waarbij N-VA meteen liet weten dat dit geen partijstandpunt is.

Doorbraak: N-VA wil geen extra belasting. Waarom wil u dat dan wel op e-commerce?

Remen: ‘Voor alle duidelijkheid: ik heb absoluut niet gepleit voor een extra belasting en een belasting op onze eigen bedrijven. Wat is het probleem? Online besteedden we in 2016 9,6 miljard euro, waarvan 70% via multinationals in het buitenland. Van dat geld zien we niets meer terug. Trends verwoordde het mooi: ‘Amazon slaat een gat in onze begroting’. Vanuit de luie zetel is online shoppen goedkoop en gemakkelijk voor de consument, maar voor ons sociaal verdienmodel is dit op termijn nefast. Van de 300.000 detailhandelaars in ons land zien 10% hun job bedreigd. De afgelopen 5 jaar zijn er al 10 à 20% gestopt. Handelaars kunnen gewoon niet concurreren tegen Bol.com, Zalando en Amazon. Ik kan niet tegen oneerlijkheid en machtsmisbruik van grote concerns.’

‘Het laatste decennium is het aantal bestelwagens op onze wegen met 55% gestegen, dat zijn 430.000 bestelwagens meer in 10 jaar tijd. Dat is een enorme C02-uitstoot. We leven in het laagst belaste land qua milieu, terwijl we het hoogst belaste land ter wereld zijn met de meeste lasten op arbeid. Waarom voeren we dan geen taxshift in van belasting op arbeid naar belasting op milieuvervuiling, transport en consumptie? Dat is eerlijk en transparant. Zo bereiken we bovendien een lastenverlaging voor al wie werkt, spaart en onderneemt. Mijn voorstel is dus geen extra belasting en gaat helemaal niet in tegen de partijlijn.’

Had u dan niet meer steun verwacht? Open Vld was er als de kippen bij om uw voorstel af te schieten. Zelfs uw eigen partij counterde u meteen.

‘Heel eerlijk: binnen mijn partij heb ik heel goede reacties gehad, zelfs van ministers. Het heeft me alleszins goed gedaan. Bij Open Vld reageerde onder meer Kamerlid Patricia Ceysens, ook voorzitter van BeCommerce. Zij komt terecht op voor haar belangen. Ik vind het alleen jammer dat ze mijn voorstel niet goed gelezen heeft. Waarom hebben onze kmo’s geen recht meer op hun eigen markt? Geloven dat de vrije markt perfect functioneert, is een utopie. Op hoog niveau wordt het spel heel vuil gespeeld.’

Wat wil u als politica dan bereiken?

‘Als politicus en ondernemer vecht ik tegen een ongelijk speelveld en oneerlijke concurrentie ten gevolge van sociale dumping op onze markt. Onze handelaars kunnen onmogelijk concurreren met goedkope afgewerkte producten die gedumpt worden op onze markt. Ze zijn goedkoop omdat in de landen van herkomst geen rekening wordt gehouden met sociale bescherming en er andere fiscale regels gelden. Sociale dumping is dus onmenselijk en ook voor ook onze bedrijven is dit een ramp. Ze kunnen niet concurreren met buitenlandse goedkope werkkrachten, want wij zitten met een veel duurder sociaal systeem. Een kmo betaalt belastingen, creëert duurzaam werk en zorgt voor meerwaarde. Onze ondernemers hebben overigens ook een sociale functie en dragen bij aan het verenigingsleven in Vlaanderen. Gemiddeld geven Vlaamse zelfstandige ondernemers 2.000 euro uit aan sponsoring voor het lokale Vlaamse verenigingsleven. Multinationals doen dat niet. Onze lokale handelaars produceren hier wél meerwaarde, maar krijgen het alleen maar moeilijker.’

Moet je sociale dumping niet Europees aanpakken?

‘We moeten dat toch eerst vanuit Vlaanderen durven aan te pakken. N-VA is de grootste partij. De Vlaamse identiteit is niet alleen de leeuwenvlag maar ook onze economie. We moeten ons niet altijd verschuilen achter Europa. We moeten durven het heft zelf in handen te nemen – ik kaart dat dikwijls aan binnen de partij. Daarom pleit ik voor voldoende aandacht voor onze Vlaamse economie in ons institutioneel verhaal met betrekking tot het confederalisme. Op dat vlak blijf ik voor een deel op mijn honger zitten. N-VA wéét dat ik dit belangrijk vind. Noem mij gerust de Vlaamse vakbondsvrouw van de kleine en de middelgrote Vlaamse bedrijven.’

‘Na 30 jaar zit ik nog altijd middenin het ondernemen. Ik praat met overkoepelende federaties; onlangs sprak ik nog met de elektrofederatie. Het water staat de detailhandelaars aan de lippen. Zij kunnen niet concurreren met e-commerce. Hun aankoopprijzen liggen hoger dan de verkoopprijzen die circuleren op het internet. (Geërgerd) Wat kunnen die mensen daaraan doen? Ik weiger om daarvoor mijn schouders op te halen. Ik klop potverdorie op tafel. Daarom heb ik ook mijn voorstel rond e-commerce gelanceerd. Het opent tenminste een maatschappelijk debat.’

‘Er zijn zoveel bezorgdheden van alle sectoren. Laatst sprak ik met dagbladhandelaars. Elke week sluiten er in België drie krantenwinkels. Nochtans draagt de dagbladhandel mee tot kernversterking. (Op dreef) In het Vlaams regeerakkoord staat dat we gaan voor kernversterking, maar ik merk dat de leegstand alleen maar toeneemt. Momenteel staan er in ons land 20.000 winkelpanden leeg, bijna 10% van het totale aantal. Zonder handel hebben we geen stadskern meer. Met handel heb je sociale interactie, samenhorigheid, creativiteit … kortom: leven in de stad. Er is niets Vlaamser dan detailhandel maar als ik door Vlaanderen rijd, dan zie ik tegenwoordig spooksteden. Ik woon in een gemeente van 40.000 inwoners en ik vind daar amper nog een slagerij. Waar is de relevantie van onze eigen economie naartoe?’

Om in te pikken op de dagbladhandel: mensen lezen minder de papieren krant. Hoe houd je dan nog krantenwinkels in leven?

‘Waarom krijgt Bpost jaarlijks 285 miljoen euro subsidie voor de bedeling van kranten? De overheid beconcurreert zijn eigen kleinhandel! Daar kan ik met mijn verstand niet bij. Krantenwinkels verkopen nu noodgedwongen ook broodjes, maar dat is hun core business niet en is dan weer concurrentie voor de warme bakker op de hoek. En de digitale krant blijft ook niet gratis, de meeste artikels zijn tegenwoordig ook tegen betaling.’

In Trends zei u dat onze buurlanden hun eigen markt ook beschermen.

‘Als een Nederlands bedrijf dreigt te worden overgenomen komt de overheid daar zelfs tussenbeide. Meer dan driekwart van onze familiebedrijven staat binnen vijf jaar op overname maar vindt geen kandidaat. Zij dreigen te verdwijnen of naar het buitenland te worden versast; dat is echt alarmerend. We moeten daarop anticiperen.’

Politicoloog Jonathan Holslag stelt zich ook veel vragen bij de globalisering. Hij vindt bedrijven zoals HelloFresh, een Duitse multinational die gerechten aan huis levert, schandalig.

‘Ik deel zijn bezorgdheid. Ik vraag me af waar hun producten vandaan komen. Ik ben voor een korte keten, Jonathan ook. We delen veel van onze standpunten. Als consument moet je soms toch eens nadenken of bepaalde producten een meerwaarde creëren voor onze maatschappij. Onlangs bezocht ik een bedrijf in het buitenland dat dagelijks 400.000 broden gaat produceren. Dit komt ongetwijfeld op onze markt terecht.’

Ligt de verantwoordelijkheid ook bij de consument?

‘Ja, er is altijd een gedeelde verantwoordelijkheid. Ik wil niet met het vingertje wijzen, maar we hebben een goede maatschappij. We kunnen niet tolereren dat op onze markt alleen maar buitenlandse producten worden gedumpt waar we niet mee kunnen concurreren. Bovendien heeft onze economie veel te veel verborgen kosten: transport, milieu, …’

Bent u daarom ook voor rekeningrijden?

‘Ik denk inderdaad dat we moeten evolueren naar een slimme kilometerheffing voor iedereen, gelinkt aan tijdstip en locatie. In België word je al op alles belast; daarom moet dit kaderen in een belastingverschuiving.’

U pleit ook voor een basisinkomen. Opnieuw iets dat niet in lijn ligt met uw partij.

‘Ik vind een basisinkomen interessant als sociaal rechtvaardig vangnet voor iedereen, simpel en transparant, zoals het kindergeld. Het basisinkomen is een denkpiste waar je zo veel kapstokken kan aanhangen om bijvoorbeeld onze sociale zekerheid te resetten. Het is zo’n kluwen nu. Met een basisinkomen kan je een stap in de goede richting zetten om bepaalde structuren in vraag te stellen. Het moet naar mijn mening ook voorwaardelijk zijn: je moet Belg zijn, je moet hier wonen, je moet er leeftijd aan verbinden … Voor wie een ziekte-uitkering nodig heeft kan je ook sociale correcties opstellen. Je moet het maatschappelijk debat durven openen. Al geef ik toe dat men binnen mijn partij dit liever eerst intern bespreekt.’

U heeft rechten gestudeerd. Vloeit uw rechtvaardigheidsgevoel voor een eerlijke economie daaruit voort?

‘Nee, helemaal niet. Ik heb mijn studie met glans afgemaakt en ben een half jaar naar de balie geweest. Dat was leuk, maar ik ben grootgebracht in een familiebedrijf. Als kind draaide ik al mee. Uiteindelijk heb ik dan toch voor Damhert gekozen. Intussen is het bedrijf geëvolueerd zodat ik mijn politiek mandaat kan combineren. Al voel ik me toch nog meer ondernemer dan politica.’

Hoe kijken ondernemers naar de politiek?

‘Ze zijn er wel mee bezig maar durven zich niet te roeren … Soms nodigt Voka politici uit. Ondernemers durven vaak geen gerichte vragen te stellen, ze klappen dan precies dicht. Ze moeten veel meer durven spreken, want ze zijn per slot van rekening degenen die zorgen dat alles betaalbaar blijft.’

Zelf wilde u niet langer aan de zijlijn staan. U stapte de politiek in.

‘Het was Jan Peumans die me belde, toch een gevestigde waarde. Dan is dat niet met de bedoeling om de eendagsvlieg uit te hangen. Andere partijen polsten ook, maar ik wil daar niet hoogmoedig over doen. Ik stemde al N-VA. Vooral de Vlaamse identiteit vind ik heel belangrijk. De Vlaamse vlag doet me altijd iets, maar onze Vlaamse economie hoort daar ook bij.’

‘Ik kom trouwens uit een Volksunie-nest. In mijn familiekring is er zelfs een Volksunie-burgemeester in Heusden-Zolder geweest. Als studente kon ik ook op de lijst gaan staan, maar dat heb ik toen niet gedaan. Na zo veel jaren ben ik dan toch in de politiek gestapt – misschien zelfs een beetje te laat. Ik heb dan weer wel de ervaring van het ondernemen.’

U werkt zelf heel hard en hebt vijf kinderen. Wat is uw visie eigenlijk op burn-outs?

‘Je moet dat aux sérieux nemen. Ik heb het zelf nooit meegemaakt en ook in mijn omgeving niet te veel gezien. We moeten wel de bedenking maken dat het niet alleen werkgerelateerd is. Roland Duchâtelet zei dat veel burn-outs fake zijn. Ik zou dat zo sterk niet verwoorden, maar de weg naar de diagnose is soms iets te gemakkelijk. Hoe kan één huisarts zomaar een burn-out vaststellen? Die vaststelling moet multidisciplinair gebeuren. Bij Damhert zijn meer dan 100 mensen aan de slag. De mensen met wie het privé goed gaat zijn mijn beste werknemers, maar ik heb geen vat op hun privésituatie. Sociale media zijn ook kwalijk. En de dag dat ik op pensioen ga, wil ik mijn smartphone niet meer zien. We zitten intussen rond de 400.000 langdurige zieken in België en dat cijfer neemt alsmaar toe. Het probleem mag dus ook bij de basis worden aangepakt.’

Bron : www.doorbraak.be 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is