Iedereen heeft recht op leefbare marges

Door Grete Remen op 8 januari 2018, over deze onderwerpen: Economie, Ondernemen, Oneerlijke handelspraktijken

De vrije markteconomie moeten we blijven verdedigen.  Vrije concurrentie draagt bij tot ondernemen, het stimuleert de economische realiteit.

Ik ben voorstander van vrije mededinging maar niet ten koste van alles. Anders krijg je survival of the fittest, waarin alleen de grootsten de dans leiden en zullen overleven.

Een eerlijke prijs komt tot stand als er voldoende aanbieders en voldoende kopers zijn. De  gezonde marktvraag moet primeren.

Momenteel zijn er amper 300 tot 500 (voedings)bedrijven die 70% van de keuze van 7 miljard consumenten bepalen. Een toeleveringsketen als zandlopermodel werkt monopolies en kartelvorming in de hand. Gezond?

Deze uitspraak blijft op je maag liggen, geef toe.

‘Wij zijn het meel in je brood, de tarwe in je noedels, het zout op je frieten. Wij zijn de maïs in je tortilla’s, de chocolade in je dessert, de zoetstof in je frisdrank. Wij zijn de olie in je vinaigrette en het stukje rund, varkensvlees of kip dat je vanavond eet. Wij zijn het katoen in je kleren, de voering van je tapijt en de mest op je land’.

Niets is echter wat het lijkt. Dit is geen fake nieuws, maar een vastberaden waarheid van een grote wereldspeler die ons duidelijk maakt dat hij de economie en de macht in handen heeft.

Daarenboven woedt een oorlog in Europa: tussen de retailers wordt er gestreden met ultra lage prijzen en tegelijkertijd schieten ze  met kortingen. Goed voor de koopkracht en onze portemonnee. Het klinkt als een mooie verkiezingsslogan. We betalen immers almaar minder aan de kassa. De vraag is, hoelang duren mooie liedjes?

Als producten alsmaar goedkoper worden, wordt er vaak op kwaliteit bespaard. Een grote multinational zal zijn frisdrank of ketchup niet veranderen. Lokale bedrijven, familiebedrijven en landbouwers daarentegen ondervinden constant hinder van deze prijzenoorlog. Ze hebben amper marge om te innoveren, te investeren, te ondernemen.

Voor de consumenten alleen minder garnalen in onze garnalensalade en minder diversiteit. Alleen nog smakeloze eenheidsworsten in aanbod tegen de laagste prijzen.

De concurrentie wordt moordend, het hoofd boven water houden wordt alsmaar moeilijker omdat de vrije concurrentie op onze vrije markt wordt beknot. De marktvraag wordt een marktfalen. Een handvol giganten bepalen de prijs en de marges. Zij verhogen de prijzen met als enige doel de kleine spelers uit de markt te drukken.  Een vergiftigd geschenk toch? 

Vrijwillige initiatieven zoals de Europese Supply Chain Initiative, opgericht door de grootdistributie, blijven beperkt. Ze zijn veel te machteloos in de bescherming tegen machtsmisbruiken en oneerlijke concurrentie.

De Belgische gedragscode voor eerlijke handelsrelaties tussen aanbieders en  kopers in de voedingsketen is tot nu toe een maat voor niks. Een aanpak gebaseerd op vrijwilligheid die zich probeert te bewijzen, maar hopeloos tekort schiet. Er is geen echte stok achter de deur.

Een vrijblijvend initiatief is afhankelijk van goodwill. Durven we de noodzaak van wetgeving aankaarten?

In Frankrijk zet men de eerste stap: na overleg tussen de regering en de voedingssector is men bereid om de prijzenoorlog wettelijk aan banden te leggen. De race to the bottom heeft zulke negatieve impact op de boeren en de lokale producenten, dat de Franse regering wel moet ingrijpen.

Binnenkort zal de prijs in de winkel 110% van de aankoopprijs moeten bedragen, het verbod op verkoop met verlies wordt gehandhaafd en de kopers/supermarkten zullen verplicht worden om minstens de kostprijs te betalen aan de landbouwers. Bovendien mag de korting niet hoger zijn dan 34% en de omzet uit deze kortingen mag niet hoger zijn dan 25% van de totale jaaromzet.

Een maatregel die kan tellen. Een maatregel die duidelijk aantoont dat het huidige mededingingsrecht verouderd is en geen oplossing biedt. De prijzen hebben nood aan transparantie doorheen de ganse keten, van begin tot einde.

Is de kans reëel dat we meer gaan moeten betalen? Neen. De landbouwer en de lokale producent kunnen de kosten en risico’s beter dragen, waardoor investeringen opnieuw mogelijk zijn en de marges weer leefbaar worden. Uiteindelijk komt de  interventie van de overheid  de consument ten goede.

Een groot liberaal Milton Friedman verwoordde het ooit zo : ‘ er is pas sprake van een vrije markt als iedereen zich houdt aan de spelregels, desnoods opgelegd door de overheid’.

Frankrijk heeft die boodschap alvast goed begrepen. In een regelvrije economie geldt maar één simpele regel, namelijk die van de sterkste. De winnaarseconomie kent alleen verliezers.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is